Verantwoording
| Internationale richtlijnen | Kwekersrecht en merkenrecht |
| Nieuwe taxonomische inzichten | Belangrijke referenties |
Internationale richtlijnen
De in de naamlijst gebruikte nomenclatuur is conform de richtlijnen zoals die internationaal
zijn vastgelegd in de "International Code of Botanical Nomenclature" (ICBN; 2000, de zg. Saint Louis Code) en de
"International Code of Nomenclature for Cultivated Plants" (ICNCP of Cultivated Plant Code; 2004).
Vooral deze laatste code is voor deze editie van de Naamlijst van belang, omdat deze richtlijnen geeft voor het benamen van
cultuurplanten en bovendien kort voor de uitgifte van deze editie is verschenen. De ICNCP (2004) geeft nieuwe richtlijnen voor
de betekenis en benaming van cultivars en cultivargroepen (in de nieuwe code “groepen”), die in deze naamlijst zoveel
mogelijk worden gevolgd. Voor cultivaraanduidingen geldt bijvoorbeeld dat alleen de naam in de oorspronkelijke taal juist is,
dat het aantal woorden niet meer beperkt is tot drie, het aantal lettergrepen in een naam niet meer beperkt tot 10 en dat een aantal
woorden niet meer mag worden gebruikt (bv. "variety", "seedling"en "selection"). Op een groot aantal punten is de nieuwe code veel liberaler geworden.
In de nieuwe ICNCP is het begrip (cultivar)groep ruimer gedefinieerd, waarmee frequenter gebruik wordt gestimuleerd. (Cultivar)groepen kunnen nu gebruikt worden voor het classificeren van cultivars (bv. Rosa, Rhododendron, Phlox en Paeonia), maar kunnen ook gebruikt worden om individuele planten aan te duiden. Vandaar dat in deze editie in een aantal gevallen ook (cultivar)groepen in de alfabetische lijst zijn opgenomen.
Ook in de schrijfwijze van Japanse cultivarnamen is er bijvoorbeeld een wijziging. Een liggend streepje boven een letter (klinker) wordt gebruikt om aan te geven dat deze letter een lange uitspraak moet hebben (bv. de ō in ‘Shōjō-nomura’). Op advies van de ICNCP wordt, voor het omzetten van Japans naar Westers schrift, het zogenaamde systeem van Hepburn gevolgd.
|
|
|
Nieuwe taxonomische inzichten
De kennis van het plantenrijk is nog altijd onvolledig. Nieuwe gegevens en inzichten (b.v. uit DNA-onderzoek) hebben onvermijdelijk consequenties voor de classificatie en de benamingen. Gewoonlijk zijn nieuwe inzichten een duidelijke verbetering van de oude en worden ze zonder al te grote problemen geaccepteerd door de wetenschap en de praktijk. Het komt echter ook regelmatig voor, dat twee of meer inzichten (met de bijbehorende naamgeving) evenveel navolging kennen. Dit betekent dat er, zo veel mogelijk aan de hand van de mening van deskundigen, verantwoorde keuzes moeten worden gemaakt voor het geven van een voorkeursnaam. Zoveel mogelijk zijn in de naamlijst de niet gekozen namen tussen haakjes als synoniemen opgenomen. De niet gekozen namen zijn in deze gevallen in strikte zin dus niet foutief of ongeldig.
In deze editie zijn, naast correcties als gevolg van spelfouten en verwisselingen van namen, ook veel taxonomische veranderingen doorgevoerd. De belangrijkste criteria voor acceptatie zijn, dat de verandering ontleend moet zijn aan een betrouwbare bron en dat de nieuwe naam al op redelijke schaal in gebruik is, bijvoorbeeld bij ICRA’s (=International Cultivar Registration Authorities). Enkele veranderingen zijn in de vorige editie al aangekondigd (bv. Thuja orientalis ® Platycladus orientalis; Pernettya ® Gaultheria). Verder zijn vooral in de geslachten Clematis en Rosa veel namen veranderd als gevolg van publicatie van het nieuwe “Clematis Register & Checklist” en van “Modern Roses XI”.
In het hoofdstuk “Naamswijzigingen bij enkele bekende planten”, elders in deze uitgave, staan de belangrijkste veranderingen. De complete lijst is te vinden op Internet ( www.internationalplantnames.com )
|
|
|
Kwekersrecht
en merkenrecht - korte uitleg
Kwekersrechtelijke
bescherming houdt in, dat een bepaalde cultivar wettelijk eigendom is van de
kwekersrechthouder. Zonder diens toestemming mag in bepaalde landen of regio’s
deze beschermde cultivar niet gekweekt worden. Bij merkenrecht is niet de plant
maar de naam beschermd. De naam mag dan zonder toestemming van de
merkenrechthouder in bepaalde landen of regio’s niet gebruikt worden. Deze
beschermingen staan geregistreerd bij wettelijk erkende kwekersrecht- en
merkenrechtbureaus.
Een kwekersrechtelijk beschermd gewas moet worden voorzien van een (wetenschappelijk erkende) cultivarnaam. Deze cultivarnaam moet altijd zichtbaar vermeld worden en deze naam is vrij te gebruiken door iedereen. Op de cultivarnaam kan geen merkenrechtelijke bescherming rusten. Alleen de cultivarnaam geeft garanties over de identiteit en is onlosmakelijk verbonden met één bepaald gewas. Met deze naam kan dus te allen tijde en in alle landen dat specifieke gewas worden aangeduid.
Merknamen (en andere handelsaanduidingen) maken geen onderdeel uit van de wetenschappelijke naam van planten, maar kunnen om commerciële redenen toegekend worden aan gewassen. Eén cultivar kan soms meerdere handelsaanduidingen hebben en één handelsaanduiding kan gegeven kan worden aan meerdere cultivars. Bij het gebruik van merknamen en handelsaanduidingen moet dus altijd ook de naam worden toegevoegd van de cultivar waarom het gaat. Dit kan op verschillende manieren (zie. Hoofdstuk: Aanwijzingen voor gebruik)
Kwekersrecht en merkenrecht in naamlijst
In tegenstelling tot vorige edities wordt nu wel informatie gegeven over kwekersrechtelijke en merkenrechtelijke bescherming in Europa. Dit is een uitdrukkelijke wens van de ENA en van veel gebruikers. De moeilijkheid bij het geven van deze informatie is, dat ze snel gedateerd raakt en dat het checken van vooral merkenrechtelijke bescherming in praktijk lastig is. Daarbij komt dat de bescherming niet overal geldt, maar alleen in bepaalde landen of regio’s. Bovendien bestaat het grote gevaar voor juridische claims door eigenaren van het kwekerrecht en merkenrecht. Daarom is voor deze naamlijst op aanraden van ENA’s “European Plant Names Working Group” ervoor gekozen om niet actief op zoek te gaan naar gegevens, maar deze te laten aanleveren door de eigenaren van de rechten zelf. Potentiële eigenaren zijn daarom zoveel mogelijk via een brief benaderd. Daarnaast zijn ook persberichten naar de nationale en internationale vakpers uitgegaan.
De aanduidingen van kwekersrechtelijke en merkenrechtelijke bescherming zoals vermeld in deze lijst, zijn dus gegeven op grond van actieve aanmelding en informatieverstrekking door de eigenaren zelf. De eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor deze informatie. De aangeleverde gegevens zijn slechts steekproefsgewijs gecontroleerd. Deze informatie biedt dan ook geen garantie voor de juistheid en zal bovendien zeker niet volledig zijn. Ze dient te allen tijde gecontroleerd te worden bij de officiële kwekersrecht- en merkenrechtbureaus! (zie Hoofdstuk: 'Belangrijkste registratieautoriteiten voor kwekersrecht en merkenrecht'). Op de internetversie staan verwijzingen naar de websites van de officiële registratieautoriteiten. Daar kan worden nagegaan of de bescherming (nog) geldt en voor welke landen en regio’s deze bescherming geldt.
Soms zijn door eigenaren opgegeven namen en/of beschermingen door de samenstellers niet geaccepteerd. Bijvoorbeeld het verzoek om cultivarnamen aan te duiden als zijnde merkenrechtelijk beschermd. Ook merknamen waarbij door de eigenaar niet is aangegeven voor welke cultivar(s) hij dit merk gebruikt, zijn niet opgenomen.
Zowel voor kwekersrechtelijke als merkenrechtelijke bescherming bestaan er geen wettelijk erkende symbolen om de bescherming aan te duiden. Voor deze lijst is daarom gekozen voor in praktijk veel gebruikte symbolen: PBR voor kwekersrecht en ® voor merkenrecht.
Van bepaalde planten is soms niet te achterhalen of de enig bekende naam de cultivarnaam is of een handelsaanduiding. In dergelijke gevallen zijn deze namen steeds als cultivar vermeld. Om het onderscheid tussen handelsaanduidingen en cultivarnamen te vergroten zijn, volgens richtlijnen van de ICNCP, de handelsaanduidingen in een afwijkend lettertype gedrukt. Op verzoek van de commerciële gebruikers zijn de handelsaanduidingen en merknamen in deze editie in een prominenter lettertype weergegeven.
Het gebeurt soms dat cultivarnamen, soms zelfs jaren na introductie van de cultivar, bij een merkenbureau worden gedeponeerd en dat planten dan al of niet worden voorzien van een nieuwe cultivarnaam. Deze wijze van naamgeving is in strijd met de ICNCP en is in de naamlijst dan ook genegeerd.
Eigenaren van kwekers- of merkenrechten die na verschijning van deze editie hun beschermde plant of naam willen aanmelden, kunnen dit doen via de website (www.internationalplantnames.com). Deze nieuwe aanmeldingen zullen na controle aan de website worden toegevoegd, en in de volgende gedrukte editie van de naamlijsten worden opgenomen.
De samenstellers van de naamlijst stellen zich niet verantwoordelijk voor een mogelijke onjuiste vermelding van merkenrechtelijke of kwekersrechtelijke bescherming of het nalaten daarvan, en de vermelding van de daarbij behorende merknamen of cultivarnamen.
|
|
|
Belangrijke referenties
Voor de rangschikking van de geslachten in families zijn er vrij uiteenlopende inzichten en ook is
daarbij de gebruikte nomenclatuur niet uniform. Voor deze uitgave van de naamlijsten is gekozen voor de opvattingen van Brummit
(1992): “Vascular Plant Families and Genera”. Ten opzichte van de vorige editie is dit gewijzigd, want daar werd Cronquist (1988):
"An integrated system of classification of flowering plants" gevolgd. Alle familienamen zijn nu afgeleid van de naam van het typegeslacht
van de familie (voorbeeld: niet Compositae maar Asteraceae, genoemd naar het typegeslacht Aster).
Voor het registreren van (nieuwe) cultivars hebben de diverse ICRA's (International Cultivar Registration Authorities) een belangrijke taak en een internationaal geaccepteerde status. Lijsten, adressen en andere informatie zijn te vinden op www.ishs.org/icra/index.htm.
Na het verschijnen van de vorige editie zijn er diverse belangrijke publicaties en internetsites verschenen, die voor deze nieuwe editie geraadpleegd zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuwe publicaties over de geslachten Rosa, Taxus, Buxus, Clematis, Prunus, Hydrangea, Lavandula, Agapanthus en Anemone. Belangrijke algemene recente naslagwerken zijn: The Plantfinder 2005-2006 en het “Handwörterbuch der Pflanzennamen” van Zander (2002). Achterin deze lijst staat een up-to-date literatuurlijst van de belangrijkste geraadpleegde bronnen.
|
|
|
© Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.